Lerarentekort – drie dingen die we nu al kunnen doen

Opinie | 23 augustus 2017 | annejan

Sinds het begin van 2017 is er breed aandacht voor het lerarentekort dat zich begint aan te dienen. Met dit tekort wordt overigens het tekort aan leraren en directeuren in het Primair en Voortgezet Onderwijs bedoeld. In Amsterdam is dat tekort dit cursusjaar 1,6 procent en kan dat oplopen tot 7,8 procent in de komende jaren.

Dat lerarentekort en de behoefte aan schoolleiders wordt door het Ministerie van Onderwijs als een belangrijke bedreiging van de kwaliteit van onderwijs gezien. Vandaar ook dat er aandacht voor is en een Plan van Aanpak is opgesteld. In dat plan worden oplossingen aangedragen en wordt ook geld beschikbaar gesteld om die oplossingen te realiseren.

Wat is het Lerarentekort?

Om te beginnen wordt de problematiek in het Primair Onderwijs in beeld gebracht. Daar wordt geschetst dat landelijk weliswaar het totaal aantal leerlingen afneemt, maar dat de steden een groei in leerlingenaantal kennen. Op de getoonde kaart is te zien dat met name rond grote steden het tekort het grootst is. Daarbij valt op dat er geen enkele regio is te zien waar het tekort niet aanwezig is.

Voor 2017 is het landelijk tekort aan leraren en directeuren 678 FTE. Voor 2018 wordt dat al geraamd op 1824 FTE. De groei van het tekort lijkt in een jaar tijd dus bijna 270 % te zijn.

Voor het  Voortgezet Onderwijs is de analyse van het probleem minder uitgebreid. Er wordt een raming van het tekort gegeven: 609 FTE in 2017 en 813 FTE in 2018. Daarbij wordt ook aangegeven dat er specifieke vakgebieden zijn, waarin het tekort zich met name voordoet. Vreemde Talen en Bètavakken worden daarbij specifiek genoemd.

Wat is de oplossing voor dat lerarentekort?

In het Plan van Aanpak wordt een aantal oplossingsrichtingen voorgesteld:

  1. Het verbeteren van de doorstroming vanuit de opleidingen tot leraar;
  2. Het ‘binnenhouden’ van leraren;
  3. Het verbeteren van het salaris en de arbeidsomstandigheden;
  4. Het versoepelen van de bevoegdheidseisen;
  5. Het stimuleren van zij-instroom;
  6. Het inzetten van alternatieve organisatie vormen;
  7. Het activeren van de ‘stille reserve’.

Stuk voor stuk logische maatregelen, die -zeker wanneer ze gecombineerd worden ingezet- ook zeker bij kunnen dragen aan de oplossing van het lerarentekort. Het is toch goed om nog wat aanvullende suggesties te doen bij de genoemde oplossingsrichtingen.

Schoolleiderstekort

Om te beginnen valt het op dat de dit tekort ook een tekort aan schoolleiders omvat en dat er in de oplossingen nergens specifiek aandacht is voor het schoolleiderstekort. Wanneer je er van uitgaat dat een gemiddelde basisschool 225 leerlingen heeft en daarmee dus 1 directeur en zo’n 9 FTE aan leerkrachten heeft, kan je stellen dat van de 10 FTE in het tekort er 1 voor de schoolleider is. In het Primair Onderwijs is er in 2017 dus een tekort van 68 FTE voor schoolleiders en 182 FTE in 2018.

Omdat de rol van de schoolleider, volgens Marzano en de Onderwijsinspectie, cruciaal is voor de kwaliteit van onderwijs, is het niet logisch dat daar geen specifieke aandacht voor is.

De eerste suggestie als aanvulling is dan ook:

  • stel ook geld beschikbaar voor de zij-instroom van schoolleiders.

 

Stille reserve

Dat brengt ons ook direct bij het volgende punt: de stille reserve. Voor het primair onderwijs zijn 14.000 bevoegde mensen bekend die niet in het onderwijs werken. Voor het Voortgezet Onderwijs zijn dat zelfs 32.000 mensen. Deze groep heeft er blijkbaar voor gekozen om niet in het onderwijs te werken en het is de moeite waard om te kijken of een aantal van hen te bewegen is om dat alsnog te gaan doen.

Toch is die stille reserve nog groter dan deze aantallen doen vermoeden. In 2015 heeft 41% van de leerkrachten in het Primair Onderwijs een baan van minder dan vier dagen per week. In het Voortgezet Onderwijs gaat dat om 25% van alle leerkrachten.

Hier zit een stille reserve die met onmiddellijke ingang geactiveerd kan worden. Deze mensen zijn al ingewerkt, zijn helemaal bij op het gebied van de nieuwste onderwijsontwikkelingen en -mogen we aannemen- ook prima in staat het beroep uit te oefenen.

Het enige dat nodig is om deze groep te activeren is een onderzoek naar de motivatie om parttime te werken en het vervolgens aandragen van oplossingen, waardoor deze groep meer kan gaan werken.

Zo zou het mij niet verbazen dat wanneer een oplossing aangedragen wordt op het gebied van gratis kinderopvang, of werktijden die aansluiten bij een zorgtaak thuis, een groot deel van deze mensen meer zou willen werken. Misschien zelfs wel tijdelijk.

Vandaar de volgende suggestie:

  • Verricht onderzoek onder parttime leerkrachten en biedt ruimte om extra faciliteiten met bijvoorbeeld kinderopvang aan te bieden.

 

Bevoegdheidseisen versoepelen

Van alle oplossingen die de overheid aandacht is dit toch wel de meest verrassende. Enerzijds is er voortdurende druk op de kwaliteit van onderwijs en dus ook van de leerkracht. Aan de andere kant breekt nood blijkbaar de wet.

Slecht les krijgen is in deze redenering blijkbaar te verkiezen boven geen les krijgen. Daarmee de derde suggestie:

  • Door de inzet van ervaren leidinggevende als zij-instroom schoolleider zullen alternatieve organisatie vormen worden ingezet. In combinatie met het activeren van parttime werkende leerkrachten is het mogelijk om terughoudend te zijn met het inzetten van niet gekwalificeerde leerkrachten.

 

Samenvattend

Het PO en het VO heeft nu en de komende tijd een kwaliteitsprobleem, door een tekort aan goede leraren en schoolleiders. De overheid heeft goede ideeën voor de oplossing hier van en is bereid daar ook in te investeren. Aanvullend is het verstandig om

  1. te investeren in zij-instromende schoolleiders;
  2. parttime leerkrachten uitbreiding van hun taakomvang te geven;
  3. niet te beknibbelen op de kwaliteit van de schoolleider of leraar.

 

Discussieer mee