Burgers of plofkippen: de schoolleider als voorbeeld

Opinie | 18 februari 2016 | annejan

Zowel binnen het Platform Onderwijs2032 als vanuit de Nationale Denktank wordt gepleit voor aandacht voor een bredere ontwikkeling van kinderen dan de louter intellectuele ontwikkeling. Ik hoor het typisch opbrengstgerichte kamp daarover mopperen: we waren namelijk net zo lekker onderweg om het onderwijs beter te maken. Hoe verhouden die twee zich nu ten opzichte van elkaar? En heb jij daar als schoolleider iets in te doen?

De rol van onderwijs in de Intellectuele Ontwikkeling

Van oudsher heeft het onderwijs de opdracht om de intellectuele ontwikkeling van kinderen te bevorderen. Maatschappelijk gezien werd, bij de totstandkoming van de onderwijswetgeving, die behoefte ook sterk gevoeld. Door kinderen te leren lezen, schrijven en rekenen en hen ook algemeen vormende vakken aan te bieden werd de Nederlandse maatschappij er één waarin mensen zelf op onderzoek gingen, zelf een mening vormden en ook zelf keuzes maakten. Een maatschappij van zelfbewuste en zelfstandige mensen.

Ten tijde van de totstandkoming van die wet zag onze maatschappij er anders uit. De ontwikkeling van onze jonge burgers werd voor een groot deel in het gezin, de familie, de (dorps)gemeenschap, de kerk en andere verenigingen vorm gegeven. De intellectuele ontwikkeling was voor rekening van de school, maar de overige burgerschapsvaardigheden werden daarbuiten aangeleerd.

Het onderwijs is steeds heel dicht bij deze opdracht gebleven, waar de maatschappij zich zo heeft ontwikkeld dat de context voor die burgerschapsontwikkeling voor een groot deel is verdwenen. Het zou mij niet verbazen wanneer de discussie over de vraag of opvoeding nou een taak van het onderwijs is, samenhangt met deze maatschappelijke verandering.

Opbrengstgericht Onderwijs

Het onderwijs werd steeds beter in het uitvoeren van haar taak. We ontdekten hoe we effectiever konden worden in ons lesaanbod in die kennisgebieden. Met effectiever bedoelen we dan, dat we methoden ontwikkelden waardoor we steeds betere prestaties van kinderen konden registreren. Die betere prestaties zijn dan ook het bewijs dat kinderen meer of beter leren.

Opbrengstgericht onderwijs komt er in feite op neer dat we steeds de relatie tussen een onderwijsinspanning en de prestatie van de leerling bij de meting zoeken. Door zorgvuldig te kijken naar die relatie, ook op de langere termijn, en door regelmatig te evalueren welke inspanning nou welke invloed op die prestatie heeft, zijn we steeds meer in staat om steeds die onderwijsinspanningen te verrichten die tot goede prestaties leiden.

Deze manier van werken, door leerkrachten en schoolleiders, doet een beroep op de analytische vaardigheden van deze mensen en vereist een reflectieve houding. Daar is inderdaad veel energie in gestopt de laatste jaren. Dat wordt doorgaans ook gezien als de professionele plicht van deze mensen.

Holle kennis?

Onderwijs2032 en de Nationale Denktank zijn kritisch op deze gerichtheid in het onderwijs. onderwijs plofkipKinderen hebben zich niet alleen intellectueel te ontwikkelen om deel te kunnen nemen aan de maatschappij. In de gesprekken hierover wordt die gerichtheid regelmatig omschreven als het overdragen van ‘holle kennis’. Kinderen worden opgeleid tot cognitieve plofkippen, die goed zijn in een beperkt aantal gebieden, zonder dat die ontwikkeling in lijn is met bijvoorbeeld de morele ontwikkeling van kinderen.

Er moet aandacht komen voor persoonlijkheidsontwikkeling en voor het onderhouden van gezonde relaties met mensen, culturen en opvattingen om je heen. Kinderen moeten minder feitelijke kennis hebben, maar veel meer in staat zijn eigen kennis te vergaren en die in relatie te brengen tot henzelf en hun omgeving.

En voor je het weet ontstaat er een tegenstelling tussen twee kampen. Aan de ene kant het kamp dat beweert dat kinderen zich breed moeten ontwikkelen en de nadruk moet liggen op het ontwikkelen van vaardigheden. Aan de andere kant het kamp dat van mening is dat kinderen baat hebben bij parate kennis en dat het onderwijs daarom opbrengstgericht moet zijn.

Twee kanttekeningen

Ik wil hierbij graag twee kanttekeningen plaatsen.

De eerste is een kanttekening bij opbrengstgericht onderwijs. Er bestaat zoiets als Goodhart’s Law. Kort samengevat komt die wet er op neer dat ‘als een meting een doel wordt, verliest het zijn waarde als meting’. Wanneer we deze wet in gedachten houden, dan zien we dat de redenering bij opbrengstgerichtheid een zekere cirkelredenering is. Het halen van een goede score op een toets, examen of Cito is inmiddels voor veel scholen en leerlingen een doel geworden. Daarmee heeft de uitkomst ervan zijn waarde als meting verloren. Je kunt je dan ook afvragen of dat de meest betrouwbare data is om de effectiviteit van de onderwijsinspannig te evalueren.

De tweede kanttekening is er één bij de voorstanders van brede ontwikkeling. ‘Holle kennis’ is een onzinnige kwalificatie. Kennis wordt nou eenmaal ontwikkeld door de leerling zelf. Het onderwijs rijkt hooguit informatie aan en stimuleert de leerling om die informatie op een betekenisvolle plek in het eigen referentiekader te plaatsen. Dat is wat opbrengstgericht onderwijs ook absoluut doet. Daarmee kan er geen sprake zijn van holle kennis. Hooguit van een eenzijdige ontwikkelingsgerichtheid. Een mentale gerichtheid.

Is er een tegenstelling?

Ik denk van niet. Het onderwijs heeft zich altijd al bezig gehouden met de brede ontwikkeling van kinderen. De taakverdeling tussen scholen en de rest van de maatschappij veranderd, zonder dat daar expliciet rekenschap van is gegeven. Zonder dat het onderwijs daar nadrukkelijk rekening mee heeft gehouden. Door nu hardop te zeggen dat het huidige onderwijsaanbod niet meer aansluit bij de oorspronkelijke maatschappelijke bedoeling van de ontwikkeling van kinderen is er eindelijk gelegenheid om het onderwijsaanbod aan te passen op die situatie.

Daarbij is een opbrengstgerichte houding erg wenselijk. Een professionele school evalueert het effect van de eigen inspanningen en past die inspanningen aan om op het gewenste eindresultaat te komen. Ook als het gaat om identiteitsontwikkeling van kinderen. Ook als het gaat om burgerschapsvaardigheden.

Als we dan maar weg blijven bij onzinnige kwalificaties als ‘holle kennis’. Als we dan ook rekening blijven houden met het feit dat een meting en een doel niet dezelfde dingen zijn en zich zelfs niet goed laten combineren. Dan is er alle reden om onze opbrengstgerichte houding continu te verbeteren, om ons zo als persoon en als burger blijvend te ontwikkelen.

En jij, als schoolleider?

onderwijs plofkipHoor jij jezelf wel eens in één van beide kampen plaatsen? Heb jij het wel eens over holle
kennis of cognitieve plofkippen? Heb jij het wel eens over die ouders, die meer zouden moeten doen in de opvoeding en dat niet aan school zouden moeten overlaten?

Of hoor je je leerkrachten zich wel eens terugtrekken in zo’n kamp?

Onderzoek eens welke inzichten het andere kamp voor jou heeft, als aanvulling op de dingen waar je nu al in gelooft. Nodig je leerkracht eens uit op onderzoek te gaan bij die andersdenkenden.

Gewoon, omdat er ruimte is om je te ontwikkelen. Dat is het mooiste voorbeeld dat je aan je leerlingen kunt geven!

Discussieer mee